Worteltjestaart

Je kunt dus onderstaand recept jonge bosworteltjes gebruiken, maar ook gewoon winterpeen. De benodigde 250 gram is schoon gewicht, dus na het schrappen gewogen.


50 gram roomboter
4 eieren
200 gram rietsuiker
zest van 1½ (onbespoten) citroen + een kneepje sap
1 theelepel gemberpoeder
250 gram geraspte wortel
175 gram gemalen amandelen
75 gram zelfrijzend bakmeel
150 gram naturel roomkaas
100 gram poedersuiker


een springvorm met een doorsnede van ongeveer 23 cm, ingevet met boter en bestoven met bloem


Verwarm de oven voor op 180 graden. Smelt de boter in een steelpannetje op laag vuur en laat afkoelen. Splits de eieren en doe de dooiers in een beslagkom. Voeg de rietsuiker toe en klop een minuut of 3 – 4 met een elektrische mixer tot het een dikke vla wordt. Voeg de zest van 1 citroen en het gemberpoeder toe aan het beslag en mix nog heel even. Voeg de worteltjes, amandelen en het bakmeel toe en schep dit met een spatel luchtig door de eiervla. Klop in een brandschone kom de eiwitten tot een stevig schuim. Spatel eerst een kwart van het eiwitschuim door het beslag, en vervolgens de rest. Stort het beslag in de springvorm, strijk de bovenkant glad en schuif in de oven. Bak de taart in ongeveer 45 minuten gaar. (Steek ter controle een sateprikker in het midden; als-ie er schoon uitkomt is de taart gaar.) Laat de taart 10 minuten afkoelen in de vorm, verwijder dan de rand en laat verder afkoelen. Mix voor het glazuur de roomkaas met de poedersuiker en overgebleven zest van een halve citroen. Maak op smaak met een paar druppels citroensap. Bestrijk de bovenkant en als je wilt ook zijkant van de taart met het glazuur. Laat even opstijven in de koelkast.