Kokkie Blanda

Schreef ik hier vorige week zomaar dat sajoer een soep is, terwijl, dat zou elke kookschrijver toch moeten weten, het gaat om een gerecht van groenten geserveerd in kooknat. Sajoer is nota bene het Maleise woord voor groente, zo vermaande een lezer me op het kookblog van de krant. Een bijgerecht dus. Beslist geen soep.

Op zo’n moment wreken zich mijn Westlandse genen. Geen druppel Indisch bloed in de familie – of het zouden een paar effectief verzwegen bastaardkinderen moeten zijn van een oom die diende bij de KNIL. Bij gebrek aan de juiste roots, en bijgevolg zonder batterij tantetjes om het van te leren, rommelt deze kokkie blanda maar wat aan in de Indische keuken. Daar komt bij dat ik mijn fijnste kookboek terzake twee jaar geleden uitleende en pas net weer retour heb. Hoofdstuk twee van De authentieke Indische keuken luidt: sajoers en soepen. Dat zegt wel iets, nietwaar?

Maar laat ik ophouden me te verontschuldigen. Om te vieren dat het standaardwerk van Lonny Gerungan terug was in de moederbibliotheek, kookte ik er nog dezelfde avond een complete maaltijd uit: daging smoor, sambal goreng buncis, petjel tomat en nasi koening. De smoor, petjel en nasi mag iedereen zelf opzoeken in De authentieke Indische keuken (een boek dat de aanschaf meer dan waard is), van mij krijgt u het recept voor de boontjes.

En wat voor recept. De ingrediënten en bereidingswijze lijken bedrieglijk veel op die van mijn eigen, zelfverzonnen boontjessambal, maar des te verbazingwekkender is het verschil in smaak. Kruidig, warm en romig, met een niet mis te verstane vissige ondertoon dankzij de stevige dosis trassi. Ik durf gerust te beweren dat de sambal goreng buncis van Lonny de beste is die ik ooit gegeten heb. Of toch in elk geval de authentiekste.

Voor 4 personen:

500 gram sperziebonen

1 middelgrote ui

3 teentjes knoflook

stukje laos van 2 cm

1 stengel sereh

2 – 3 eetlepels arachideolie

2 theelepels sambal oelek +

2 theelepels trassi bakar (of 2 theelepels sambal trassi)

2 theelepels tomatenpuree

1 salamblad

200 ml santen asli (het dikste deel van de inhoud van een blik kokosmelk)

Haal de sperziebonen af, was ze en snijd ze in de lengte doormidden. Pel de ui en de knoflook en schil de laos; snijd alles ragfijn. Knip het bovenste deel van de sereh, kneus en knoop de stengel. Verhit een wadjan op hoog vuur en doe de olie erin. Draai het vuur iets lager en fruit ui en knoflook 5 minuten, voeg laos, sereh, sambal en trasi toe en fruit nog 5 minuten. Bak de tomatenpuree met de boemboe mee, voeg de sperziebonen, het salamblad, de santen en zout naar smaak toe en laat de boontjes in circa 10 minuten gaar stoven.